| Alternatief Ivoor |
|
Aucune traduction disponible, le texte original est montré alternatieven voor echt ivoor Dit materiaal is onder meer ontwikkeld in Italië,
als substituut voor echt ivoor. Echt ivoor is altijd een zeer gewild,
zeldzaam en duur artikel geweest, zodat er al heel vroeg imitatie
ivoor werd gemaakt. Sinclair zelf was al langer activist tegen het stropen en afslachten
van olifanten in Afrika om hun ivoor.
Ander Alternatief:
"vegetarisch" ivoor, het zogenaamde TAGUA Dit materiaal komt uit Zuid-Amerika. Tagua is is de gedroogde noot van de Taguapalm (Phytelephas aequatorialis, Phytelephas Macrocarpa). Het is ook bekend onder allerlei andere namen zoals coroso, palm-, plantaardig ivoor, nootivoor, of, op zoals ik hoorde op een muziekinstrumenten beurs in Duitsland, vegetarisch ivoor!. De Taguapalm groeit voornamelijk in de regenwouden van Ecuador, Colombia, Panama, en Peru. Elke palm heeft een aantal vruchten, cabezas (hoofden of koppen) genoemd. Het duurt ongeveer 6-8 jaar voordat ze volgroeid en rijp zijn. Daarna vallen ze op de grond en worden ze opgeraapt. De noot van de palm wordt na de oogst gedroogd, waarbij hij hard en wit wordt en een mooi, zeer hard materiaal oplevert. Het is in kleur, hardheid en gewicht nauwelijks van echt ivoor te onderscheiden, alleen het ontbreken van de typische gelaagde structuur daarvan verraadt de plantaardige herkomst. Voordat goedkope plastic knopen op de markt kwamen, werden ongeveer 20% van alle knopen vervaardigd van tagua noten. Rond 1920 was de tagua export goed voor zo'n 5 miljoen dollar per jaar alleen al in Ecuador, toch een aardig bedrag in die tijd. Allerlei ecologische groepen, en uiteraard ook bedrijven die het met de natuur wat minder nauw namen, zagen in het product een goede, duurzame markt, en een vervanging voor het almaar duurder en schaarser wordende dierlijk ivoor. Taguaproducten zijn milieuvriendelijk te oogsten, en dragen direct bij aan het instandhouden van het regenwoud. De taguanoot zorgt namelijk voor een inkomstenbron uit het regenwoud zelf. Het is dus belangrijk dat alle betrokken partijen er wel bij varen. Dat geldt voor ook voor natuurbehoud. Tagua is daar een voorbeeld van. Een vrouwelijke tagua palm produceert ongeveer 20-25 kilo noten per jaar, dat is het equivalent van een slagtand van een olifant. De palm hoeft er niet voor dood, gewoon oprapen, en het volgend jaar weer oogsten.
Het materiaal is gemakkelijk te draaien, en te snijden, met als echt ivoor. Ik heb vaak horen zeggen dat het eerst in water moet worden geweekt, en het klopt, dan is het gemakkelijker te verwerken en vooral te snijden. Echter, ruwe tagua noten zijn poreus, en nemen water op. Zo kunnen ze ook prachtig worden gekleurd voor sieraden. Maar na verloop van tijd wordt het materiaal dan minder sterk, en breekbaar. Aan de buitenrand bij de oorsprong zit een holte en een zachter deel. Voor blokfluitringen, die eerst uitgeboord moeten worden dus ideaal. Eenmaal afgewerkt en goed gepolijst is het net zo duurzaam als echt ivoor. Denk daaraan als u een fluit bestelt! |

