|
Für diesen Inhalt steht leider keine Übersetzungen zur Verfügung. Originaltext wird angezeigt. alternatieven voor echt ivoor
Op
24 april bezocht Tony Aubrey, hout handelaar uit Crudwell (Wiltshire,
Engeland) onze werkplaats aan de Nieuwstraat in Tilburg, om hout
en kunstivoor af te leveren. Al sinds 1989 gebruik ik kunstivoor
op mijn fluiten.
Dit materiaal is onder meer ontwikkeld in Italië,
als substituut voor echt ivoor. Echt ivoor is altijd een zeer gewild,
zeldzaam en duur artikel geweest, zodat er al heel vroeg imitatie
ivoor werd gemaakt.
Er zijn in de loop van de jaren veel verschillende materialen geprobeerd
en veel producten op de markt geweest. Zo was er, en is er nog steeds,
bijvoorbeeld een kunststof die onder de naam Vigopas wordt verhandeld.
Het uiterlijk lijkt enigszins op de kleur van ivoor, echter zonder
alle fijne nuances. Op de draaibank is het moeilijk te verwerken.
Het breekt gemakkelijk in stukken als het door een minder scherpe
beitel te veel wordt opgewarmd tijdens het draaien. Ook als het
op een fluit gemonteerd is, breken er nog makkelijk stukken af bij
vallen of stoten.
Een ander materiaal heet nitro-cellulose. Dat is alleen te verkijgen
in 5 mm. dikke platen, dus alleen geschikt voor kleine ringetjes.
De structuur is erg mooi, en het is goed te verwerken. Het wordt
o.a gebruikt door de firma Moeck op sommige Rottenburgh alt- en
sopraanblokfluiten.
Ivory
col 849/TM Resin
Het materiaal dat ik gebruik heet officieel alternative Ivory col
849/TM resin. Het is een materiaal dat o.a. bestaat uit met azijnzuur
gehard polyester. Het heeft een hele geschiedenis, die 18 jaar geleden
begon. Omdat een fabriek in Engeland, die ook een imitatie ivoor
maakte (Cast Phenolic resin) gesloten werd, kwamen o.a. de schotse
doedelzak makers Sinclair & Son zonder grondstof te zitten voor
de ringen die op een doedelzak horen.
Sinclair zelf was al langer activist tegen het stropen en afslachten
van olifanten in Afrika om hun ivoor. Hij verzette veel werk samen met Natuurbeschermers om het gebruik
ervan te verbieden en de toepassing van kunstivoor te verspreiden
onder andere bouwers. Het bedrijf GPS Agencies, onder leiding van
Roy Stevens in Engeland werkte met hem en veel andere bouwers samen
om de kwaliteit van het in Italië gemaakte kunstivoor te verbeteren.
Het product dat nu wordt geproduceerd is zo goed en zo natuurgetrouw
dat het verschil met echt ivoor alleen nog met geoefende ogen te
zien is.
Ook de eigenschappen voor de verwerking ervan zijn zeer goed. Het
kan worden gedraaid, geboord, gefreest en gesneden net als echt
ivoor. Draaien dient op hoge snelheid te gebeuren ( 2500-3000 t/min.).
Daarbij moeten de beitels en schrapers altijd vlijmscherp worden
gehouden, omdat het materiaal springt als het te heet wordt,
door de wrijving van bot gereedschap. Het uitboren daarentegen
gaat veel langzamer omdat de boor anders te snel heet zou worden
en de warmte niet goed weg kan uit het boorgat. Een probleem dat
overigens ook bij hout speelt, en dat kan worden opgelost door in
kleine stappen steeds dieper te boren, en steeds het materiaal uit
het boorgat te verwijderen. Lucht gekoelde boren (holle boren waardoor
onder grote druk perslucht wordt geleid naar de boorpunt) zijn ook
mogelijk, en bij kunstivoor kan men ook vloeistof gekoeld gereedschap
gebruiken. Het snijden van versieringen geschiedt met dezelfde messen
en stekers als die voor hout, ze moeten alleen veel vaker worden
geslepen! Wij gebruiken het o.a. voor een aangepaste kopie van de
Gahn alt uit de Frans Brüggen-collectie.
Zoals u kunt zien laat het materiaal zich zeer goed snijden en bewerken.
Met de juiste afwerking krijgt het een voor ivoor zo karakteristiek
uiterlijk. Ook wordt de kleur, net als echt ivoor, in de loop van
de jaren enigszins donkerder. Het materiaal kan door een speciale
bewerking, waarvan we u de details nu eens niet zullen verraden,
oud worden gemaakt. Het oppervlak ziet er dan hetzelfde uit als
oud ivoor, met een craquelé effect, en kleine oneffenheden,
die u ook op antieke olieverf schilderijen kunt zien. Als u meer
voorbeelden wilt zien, neem dan een kijkje in onze winkel met de
Stanesby jr sopraan, gemaakt van imtatie ivoor. 
Verschillende zeer bekende instellingen en restaurateurs gebruiken
het ook, waaronder het Victoria and Albert museum in London, het
Metroplitan Museum of Arts in New York, en de juweliers Garrards,
die zorgen voor de kroonjuwelen in Engeland.
Ik maak er onder andere een kopie van de Stanesby jr. sopraan mee,
de Gahn alt blokfluit uit de Brüggen verzameling, en desgewenst
ook de Stanesby traverso. Het heeft één groot nadeel. De krullen die er tijdens
het draaien vanaf komen vallen niet zoals echt ivoor netjes op de
grond maar kleven, door hun sterke statische lading, aan gereedschap,
draaibank en aan de bouwer vast. Zelfs onze redelijk krachtige afzuig
installatie die bij de draaibank staat weet er geen raad mee. Op
dagen dat er met kunstivoor wordt gewerkt kunt u beter niet in uw
zondagse pak het atelier te betreden ! Ander Alternatief:
"vegetarisch" ivoor, het zogenaamde TAGUA  Dit materiaal komt uit Zuid-Amerika. Tagua is is de gedroogde noot van de Taguapalm (Phytelephas aequatorialis, Phytelephas Macrocarpa). Het is ook bekend onder allerlei andere namen zoals coroso, palm-, plantaardig ivoor, nootivoor, of, op zoals ik hoorde op een muziekinstrumenten beurs in Duitsland, vegetarisch ivoor!. De Taguapalm groeit voornamelijk in de regenwouden van Ecuador, Colombia, Panama, en Peru. Elke palm heeft een aantal vruchten, cabezas (hoofden of koppen) genoemd. Het duurt ongeveer 6-8 jaar voordat ze volgroeid en rijp zijn. Daarna vallen ze op de grond en worden ze opgeraapt. De noot van de palm wordt na de oogst gedroogd, waarbij hij hard en wit wordt en een mooi, zeer hard materiaal oplevert. Het is in kleur, hardheid en gewicht nauwelijks van echt ivoor te onderscheiden, alleen het ontbreken van de typische gelaagde structuur daarvan verraadt de plantaardige herkomst. Voordat goedkope plastic knopen op de markt kwamen, werden ongeveer 20% van alle knopen vervaardigd van tagua noten. Rond 1920 was de tagua export goed voor zo'n 5 miljoen dollar per jaar alleen al in Ecuador, toch een aardig bedrag in die tijd. Allerlei ecologische groepen, en uiteraard ook bedrijven die het met de natuur wat minder nauw namen, zagen in het product een goede, duurzame markt, en een vervanging voor het almaar duurder en schaarser wordende dierlijk ivoor. Taguaproducten zijn milieuvriendelijk te oogsten, en dragen direct bij aan het instandhouden van het regenwoud. De taguanoot zorgt namelijk voor een inkomstenbron uit het regenwoud zelf. Voor het behouden van natuurgebieden is het essentieel gebleken, dat de plaatselijke economie er wel bij vaart. Anders zijn de meeste instandhoudings projecten op de lange duur tot mislukken gedoemd. Denk daarbij bijvoorbeeld aan alle goed bedoelde CO2 compensatie bossen, die door westerse ondernemingen in Afrika worden aangeplant, maar waar de lokale bevolking weinig anders mee kan doen dan ernaar kijken. Hen wordt de toegang vaak ontzegd, en exploitatie wordt niet of sporadisch toegestaan; een onhoudbare situatie. Al menige "groene-stroomboom" heeft het leven gelaten onder de bijl van boze, uit hun omgeving verdreven Afrikanen. (Hoe zou u het vinden als een Afrikaanse bank olifanten ging houden in uw achtertuin, tot instandhouding van de soort, en u vervolgens, met steun van de Nederlandse overheid, de toegang tot uw terrein ontzegt of bemoeilijkt?). Het is dus belangrijk dat alle betrokken partijen er wel bij varen. Dat geldt voor ook voor natuurbehoud. Tagua is daar een voorbeeld van. Een vrouwelijke tagua palm produceert ongeveer 20-25 kilo noten per jaar, dat is het equivalent van een slagtand van een olifant. De palm hoeft er niet voor dood, gewoon oprapen, en het volgend jaar weer oogsten. 
Het materiaal is gemakkelijk te draaien, en te snijden, met als echt ivoor. Ik heb vaak horen zeggen dat het eerst in water moet worden geweekt, en het klopt, dan is het gemakkelijker te verwerken en vooral te snijden. Echter, ruwe tagua noten zijn poreus, en nemen water op. Zo kunnen ze ook prachtig worden gekleurd voor sieraden. Maar na verloop van tijd wordt het materiaal dan minder sterk, en breekbaar. Aan de buitenrand bij de oorsprong zit een holte en een zachter deel. Voor blokfluitringen, die eerst uitgeboord moeten worden dus ideaal. Eenmaal afgewerkt en goed gepolijst is het net zo duurzaam als echt ivoor. Denk daaraan als u een fluit bestelt! |